15. Het post-traumatisch toga-syndroom

In 2012 moet Micha Kat voor de rechter verschijnen. Volgens Kat spannen politie, justitie en de media samen om hem te vernietigen. ‘Dit hadden John Grisham en Agaatha Christie niet kunnen verzinnen.’

Dit is het vijftiende hoofdstuk van het in 2016 verschenen boek Complotdenkers. Elke dag verschijnt er een hoofdstuk op De Halve Waarheid. Bekijk hier het overzicht van alle hoofdstukken.

Eind april 2012 gaat Micha Kat in Bangkok aan boord van een vliegtuig dat hem naar Schiphol moet brengen. De internetpublicist, die de voorgaande jaren een groot deel van zijn tijd in Laos heeft doorgebracht, heeft weinig keus: hij moet terug. Zijn inkomsten in zuidoost Azië zijn nihil. Zolang hij aan de andere kant van de wereld zit, ontvangt hij geen geld van de familie Poot. En hij heeft nog altijd een appartement in Schiedam dat hem 800 euro per maand kost. Hij wil de woning leegruimen, zodat hij de huur kan opzeggen.

Kat verlaat de Thaise hoofdstad met een angstig voorgevoel. Hij vreest dat hem in Nederland iets boven het hoofd hangt. Wat dat onheil precies is, weet Kat ook niet. Zowel in de zaak van de doodsbedreiging aan het adres van Bart Mos als in de graffiti-zaak is hij in hoger beroep gegaan, dus daarvoor kan hij bij terugkeer in Nederland niet worden opgepakt, spreekt hij zichzelf moed in. ‘Formeel kan er niets gebeuren: alles is safe.’ Maar deep down is hij er toch niet gerust op. Ziet hij niet iets over het hoofd?

Kats bange vermoedens komen uit. Hij heeft op dinsdagavond 24 april 2012 nog maar nauwelijks voet op Nederlandse bodem gezet als hij wordt ingerekend. Aan het einde van de vliegtuigslurf wordt hij opgewacht door de marechaussee. Drie man slaan hem direct in de boeien.

Hij wordt overgebracht naar een politiecel waar hij een paar dagen moet blijven. Enkele uren na de arrestatie, om tien voor drie ’s nachts, meldt de NOS het nieuws van de arrestatie van Kat als eerste. ‘De politie was al enige tijd op zoek naar hem in verband met verschillende aangiftes van bedreigingen’, meldt de omroep op zijn site.

Zelf tast Kat op dat moment nog in het duister over de reden van zijn arrestatie. ‘Tegen mij zeiden ze dat ik de koningin had bedreigd, maar daar was absoluut geen sprake van.’

Terwijl Kat vastzit, komt er in het Chipshol-dossier een nieuwe, verrassende doorbraak. Justitie is een strafzaak begonnen tegen de twee voormalige rechters die volgens Jan Poot een kwalijke rol hebben gespeeld in zijn zaak: Hans Westenberg en Pieter Kalbfleisch, die jarenlang vicepresident was bij de rechtbank in Den Haag.

De twee gewezen rechters worden verdacht van het plegen van meineed in de gerechtelijke procedures die Chipshol aanspande. Het duo zou hebben gelogen over hun vriendschap. De twee verklaarden dat ze niet meer dan goede collega’s waren, terwijl de vriendschap volgens justitie in werkelijkheid een stuk inniger was.

De meest explosieve bijdrage aan de rechtszaak tegen de twee voormalige rechters is een getuigenis van een voormalige griffier van de Haagse rechtbank – tevens een ex van Kalbfleisch. Zij stelt dat Kalbfleisch er bij Westenberg op zou hebben aangedrongen om in het nadeel van Chipshol te beslissen. Dat zou Kalbfleisch haar eind jaren tachtig, toen ze een relatie met hem had, hebben verteld.

Kalbfleisch vermoedt dat de verklaring van de griffier is ingegeven door rancune. Zij zou nog steeds boos zijn dat hij haar voor een ander verliet. Dat klinkt aannemelijk, zeker omdat van de door haar geschetste chronologie weinig lijkt te kloppen. Volgens de ex-griffier zou Kalbfleisch eind jaren tachtig al contact hebben gehad met Westenberg over de zaak, terwijl Westenberg de Chipshol-kwestie pas in de jaren negentig op zijn bordje kreeg.

Voor de familie Poot en Kat is de verklaring van de ex-griffier echter een enorme opsteker: eindelijk zien zij hun vermoedens over de partijdige Westenberg en de kwalijke rol van Kalbfleisch bevestigd.

De strafzaak heeft flinke gevolgen. Zo raakt Kalbfleisch zijn baan als voorzitter van de Nederlandse Mededingsautoriteit (NMa) kwijt. Ook publicitair lopen de twee de nodige schade op. Begin september schrijft NRC Handelsblad op basis van telefoon- en mailtaps van de rijksrecherche dat de twee verdachten al hun contacten – inclusief de minister van justitie en de baas van het OM – proberen te mobiliseren om hun gelijk te halen. Uit de getapte gesprekken blijkt onder meer dat medewerkers van de Haagse rechtbank Westenberg interne stukken toespelen om de betrouwbaarheid van de voormalige griffier in twijfel te kunnen trekken.

Het is tegen deze achtergrond dat Kat op 10 september 2012 voor de Haagse rechtbank moet verschijnen. Micha, die dan drie maanden heeft vastgezeten in de penitentiaire inrichting Haaglanden/Zoetermeer, komt die ochtend gekleed in een zwarte broek en zwarte trui met een blauwe vuilniszak onder de arm zittingszaal F2 van de rechtbank Den Haag binnenlopen. Hij gaat voor zijn advocaat zitten, haalt de processtukken uit de vuilniszak en zet een petje met de tekst JDTV (Joris Demmink TV) op.

De zitting is nog maar nauwelijks van start gegaan als Kat besluit om de drie rechters die over hem moeten oordelen, aan een verhoor te onderwerpen. ‘Ik heb een vraag aan u: heb ik recht op een eerlijk proces?’, begint hij.

De voorzitter van de rechtbank antwoordt dat iedereen volgens het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens recht heeft op een eerlijk proces, maar Kat is er duidelijk niet gerust op. Door al zijn negatieve ervaringen met rechters en advocaten van de afgelopen jaren lijdt Kat naar eigen zeggen namelijk aan een stoornis: ‘het post-traumatisch toga-syndroom’. De medestanders van Kat op de publieke tribune gniffelen.

Kat meent dat de rechtbank Den Haag ‘ongeschikt en onbevoegd’ is om zijn zaak te behandelen. Hij is bang dat hij, net als de familie Poot, het slachtoffer zal worden van een juridische samenzwering. ‘Bent u bevriend met Kalbfleisch en Westenberg?’, wil hij daarom van de rechters weten. Het is een vraag waar de drie geen antwoord op willen geven. Een gemiste kans, vindt Kats advocaat Gerard van der Meer. ‘Hiermee laat u een kans liggen om de indruk die bij mijn cliënt bestaat over uw partijdigheid weg te nemen.’

Kat laat zich minder diplomatiek uit. ‘Dit is niet acceptabel. Besef wel dat mijn leven op het spel staat’, zegt de verdachte tegen de rechters. ‘U zou allemaal uw biezen moeten pakken. Dit zijn toestanden die niet eens voorkwamen in het Cambodja van Pol Pot. Er is sprake van een misdadige samenzwering binnen uw rechtbank! Dit hadden John Grisham en Agaatha Christie niet kunnen verzinnen.’

De eerste getuige die ochtend is een kale man met een wit overhemd, een zwarte broek en een ringbaardje. Hij wandelt over het gangpad van de publieke tribune naar voren en gaat aan een tafel voor de drie rechters zitten. Links voor hem zit de officier van justitie, rechts achter hem Kat en zijn advocaat.

De kale man van halverwege de dertig is coördinator beveiliging bij het advocatenkantoor Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn, het advocatenkantoor dat de zaak van rechter Westenberg tegen Kat deed.

De beveiligingscoördinator is opgeroepen als getuige in de strafzaak tegen Kat omdat hij op dinsdagmiddag 23 augustus 2011 een telefoontje kreeg. ‘De beller kwam me bekend voor’, vertelt de man. ‘Er was geen twijfel over mogelijk. Het was meneer Kat.’ Hoewel Kats teksten op de coördinator beveiliging overkomen als ‘geraaskal’, is zijn boodschap helder: Kat dreigt het advocatenkantoor op te blazen.

‘Hij riep dat advocaten allemaal ratten waren en dat we er aan zouden gaan. “Wacht maar, zo meteen gaat er een bom af, zo meteen gaat er een bom af.”’ Op de vraag waar de bom dan lag, kwam geen antwoord, vertelt de beveiligingscoördinator. ‘In plaats daarvan zei hij: “Binnen een half uur.”’

Het advocatenkantoor besluit geen risico te nemen en ontruimt het pand. Ook enkele tientallen gasten van een naastgelegen hotel komen op straat te staan. Na onderzoek van de politie wordt het pand weer vrijgegeven: er blijkt geen bom te liggen.

Het is niet de enige valse bommelding waarvoor Kat terecht staat. Ruim twee weken later, op 8 september 2011, krijgt ook het ministerie van veiligheid en justitie een telefoontje van Micha. De officier van justitie speelt dat telefoontje af in de rechtszaal. Het gesprek begint normaal. Een vrouw neemt de telefoon op en zegt: ‘Goedemiddag, ministerie veiligheid en justitie.’

Daarna begint Kat met een vervormde stem te praten. Hij houdt vermoedelijk zijn neus dicht en benadrukt elke lettergreep. Het aldus ontstane stemgeluid roept associaties op met Robin de robot uit Bassie en Adriaan.

‘Dit. Is. Een. Bom-mel-ding’, begint Kat. ‘Als jullie binnen een uur niet Joris Demmink ontslaan en afgeven bij een politiebureau, gaat een bom tot ontploffing komen met honderden doden. Om precies een uur van nu af. Jullie moeten het ministerie ontruimen. Ik waarschuw jullie, er komt een bommelding. Het ministerie wordt verwoest. Binnen een uur precies na nu, als jullie Joris Demmink niet afleveren bij een politiepost, bij een bureau van politie. De tijd tikt door. Het is nu 59 minuten na nu. De bom is geplaatst onder het bureau van Joris Demmink, secretaris- generaal van het ministerie van justitie, criminele pedofiel en kinderverkrachter. Acht-en-vijftig punt dertig.’

Kats vervormde stem zorgt voor hilariteit op de publieke tribune. Veel aanwezigen kunnen hun lachen niet inhouden – zeker niet als Kat zegt dat de bom onder het bureau van de hoogste ambtenaar van het ministerie ligt.

De rest van de lange lijst aan strafbare feiten die Kat die dag ten laste worden gelegd, valt voornamelijk in de categorie ‘uitingsdelicten’: belediging, smaad, laster, opruiing en Holocaust-ontkenning. Daarnaast houdt het openbaar ministerie Kat nog verantwoordelijk voor vernieling, het belagen van een advocaat en een doodsbedreiging aan het adres van de hoofdredacteur van het NOS Journaal.

Op de rechtszaak van Kat komt veel publiek af. Op de eerste zittingsdag nemen tussen de tien en twintig sympathisanten van Kat plaats op de publieke tribune. De meesten blijven tot het einde van de zitting, aan het begin van de avond. Zelfs als de rechtbank hen – zeer tegen de zin van de verdachte en zijn raadsman – korte tijd dwingt om een deel van de zitting in een andere ruimte via een videoverbinding te volgen, piekeren ze er niet over om naar huis te gaan.

‘Het zijn vaak mensen die heel erg overtuigd zijn van de juistheid van mijn strijd’, zal Kat mij later vertellen. ‘Ze zijn heel ideologisch gedreven. Vaak hebben ze ook hun eigen verhalen, waardoor ze justitie wantrouwen.’

De Kat-sympathisanten volgen de gebeurtenissen kritisch. Een van hen ergert zich hardop over een van de rechters die zijn ogen gesloten lijkt te houden. ‘Hij ligt gewoon te slapen’, zegt hij verontwaardigd. Een andere aanhanger van Kat verdenkt de bij de rechtszaak aanwezige misdaadjournalist Gerlof Leistra (Elsevier) ervan dat hij bezig is met een ‘vrijmetselaarsgebarenshow’. Via stiekeme handgebaren zou Leistra, die in de zaal zit omdat hij aangifte tegen Kat heeft gedaan wegens laster, de rechtbank willen beïnvloeden.

In de zaal zit ook een jongen met een JDTV-petje. Ik herken hem van mijn bezoek aan de persbijeenkomst van de Soeverein Onafhankelijke Pioniers Nederland (SOPN). Tijdens een van de vele schorsingen die dag spreek ik hem. Hij is een paar keer mee geweest met Kat bij acties en zegt het schandalig te vinden dat de internetpublicist terecht moet staan.

‘Micha zit hier alleen maar omdat hij de waarheid vertelt. In plaats daarvan zouden ze al die politici die liegen om oorlogen te kunnen beginnen, eens voor de rechter moeten brengen. Maar dat gebeurt dan weer niet. Ik bedoel: What the fuck?!?’ Hij herhaalt het nog eens, maar dan wat harder: ‘WHAT THE FUCK?!?’

De aanhangers van Kat zijn niet voor niets gekomen. De eerste zittingsdag loopt positief af voor Kat. De rechtbank besluit de publicist, in afwachting van de tweede zittingsdag die pas maanden later kan plaatsvinden, op vrije voeten te stellen.

Kat steekt zijn armen in de lucht, zijn aanhangers applaudisseren. Voordat hij wordt meegenomen voor een laatste nachtje in de gevangenis, spreekt hij zijn fans toe. Hij prijst onder meer het goede optreden van de voorzitter van de rechtbank.

Van die lof voor de rechtbank is op het moment van de tweede zittingsdag plaatsvindt weinig meer over. Kat laat die dag verstek gaan. Zijn advocaat Gerard van der Meer leest namens zijn cliënt een brief voor waarin hij zijn grieven uiteenzet over ‘dit tribunaal’ en ‘dit politieke proces’. De rechtszaak is een ‘fop-vertoning waarin het doel niet is om recht te doen, maar om een vijand te intimideren en uit te schakelen’.

‘Men is erin geslaagd mij een jaar lang te terroriseren en vier maanden vast te zetten zonder dat er ook maar een seconde naar de zaak zelf is gekeken, laat staan dat er een rechterlijk oordeel is geweest. Zoiets is in Nederland nog niet eerder voorgekomen in een zaak waar het slechts uitingsdelicten betreft.’

Het OM zou willens en wetens een ‘hetze’ tegen Kat creëren. ‘Justitie doet er werkelijk alles aan de indruk te bevestigen dat er sprake is van een groot, centraal aangestuurd complot tegen mij waarin diverse parketten, politiekorpsen, advocaten, media, rechters en aangevers samenspannen met als doel mij te vernietigen’, meent Kat.

De rechtbank besluit uiteindelijk om Kat te veroordelen tot 345 dagen celstraf, waarvan 240 voorwaardelijk. Omdat hij het onvoorwaardelijke deel van zijn straf al heeft uitgezeten, hoeft Kat niet opnieuw de gevangenis in.

In de zomer van 2015 wordt Kat opnieuw veroordeeld. Deze keer tot een onvoorwaardelijke celstraf van tien maanden omdat hij de hoofdredacteur van de NOS, Marcel Gelauff, op zijn website onder meer ‘een overbetaalde PvdA-infiltrant’ en ‘een criminele beschermer van kinderverkrachters’ heeft genoemd. Kat zit op het moment van die uitspraak alweer geruime tijd in Ierland.

De voormalige rechters Kalbfleish en Westenberg worden zowel door de rechtbank als door het gerechtshof vrijgesproken. Er blijkt geen overtuigend bewijs te bestaan voor meineed en belangenverstrengeling. Justitie betaalt de ex-rechters een schadevergoeding van enkele tonnen vanwege de kosten die de twee moesten maken voor de rechtszaak en de geleden schade.

Morgen: De affaire-Demmink

Wat beweegt complotdenkers? Zijn het paranoïde geesten of lijkt hun geloof in samenzweringstheorieën eigenlijk nog het meeste op religie? Voor het in 2016 verschenen boek Complotdenkers dompelde ik me onder in de wereld van de samenzweringsgelovigen. Ik sprak verscheidene Nederlandse complotdenkers. Van een herhaaldelijk veroordeelde ex-journalist die de jacht heeft geopend op pedo-netwerken tot een anti-vaccinatieactiviste die ervan overtuigd is dat de Holocaust zwaar wordt overdreven. En van een succesvolle ondernemer die meent de moord op John F. Kennedy te hebben opgelost tot een oprichter van een politieke partij die de luchtmacht wil inzetten tegen chemtrails sproeiende vliegtuigen.

Wil je alvast verder lezen? Bestel een exemplaar van Complotdenkers. Laat hieronder je gegevens achter.

Totaal: € -