18. ‘Demmink was niet onmisbaar, voor hem een ander’

cc-foto: Goran Horvat

De aantijgingen aan het adres van Joris Demmink doen in veel opzichten denken aan de verhalen die in België de ronde deden na de arrestatie van Marc Dutroux. Een vooraanstaand politicus werd er destijds ten onrechte van beschuldigd kinderen te hebben misbruikt.

Dit is het achttiende hoofdstuk van het in 2016 verschenen boek Complotdenkers. Elke dag verschijnt er een hoofdstuk op De Halve Waarheid. Bekijk hier het overzicht van alle hoofdstukken.

Aan het eind van het interview dat ik eind 2012 met Micha Kat heb, leg ik hem een scenario voor. Kan het niet zo zijn, vraag ik hem, dat Joris Demmink onschuldig is? Dat hij het slachtoffer is van roddels die ooit zijn begonnen toen hij in de jaren negentig een jongere vriend kreeg (‘hij valt op jonge jongens’) en die vervolgens een eigen leven zijn gaan leiden (‘hij misbruikt kleine kinderen’)?

Het lijkt Kat volstrekt ondenkbaar. ‘Als dat zo zou zijn, zou deze affaire nooit zo’n enorme kracht en dynamiek hebben gekregen’, repliceert hij. ‘Dan ga je geen Turkse jongen naar Nederland halen om een verklaring te laten afleggen. Dat past niet bij dat scenario dat jij schetst.’

Het klinkt verleidelijk: waar zoveel rook is, moet wel ergens vuur zijn, toch?

Dat vuur brandt inderdaad: het wordt alleen constant aangewakkerd door complotdenkers en belanghebbenden die zo hun eigen motieven hebben.

De roddels over Demminks vermeende voorkeur voor minderjarige jongens gaan al jaren op het ministerie van justitie. Hoe die verhalen zijn ontstaan, valt onmogelijk meer te achterhalen. Dat Demmink homo is, zal ongetwijfeld een rol hebben gespeeld. Dat hij als rijzende ster op het ministerie her en der wat vijanden heeft gemaakt waarschijnlijk ook.

Tot slot lijkt er sprake te zijn van een persoonsverwisseling. In de jaren negentig wordt een ambtenaar van het ministerie van VWS, Joris F., tot 240 uur dienstverlening veroordeeld. Deze Joris wordt herhaaldelijk verward met Joris Demmink.

Enig bewijs voor Demminks pedoseksuele activiteiten bestaat er niet. Dat blijkt wel als de roddels die op justitie al enige tijd de ronde doen, via Panorama en de Gay Krant in 2003 naar buiten komen. De twee tijdschriften moeten hun beschuldigingen aan het adres van de topambtenaar weer intrekken onder dreiging van een rechtszaak.

Dat de geruchten over Demmink enkele jaren later toch weer de kop opsteken, is te danken aan mensen als Micha Kat, de familie Poot, Huseyin Baybaşin en Adele van der Plas. Zij zorgen er vanaf 2007 voor dat het vermeende kindermisbruik door de topambtenaar voortdurend in het nieuws blijft.

Huseyin Baybaşin en Jan Poot hebben een duidelijk belang om Demmink in het beklaagdenbankje te krijgen. Baybaşin is tot levenslang veroordeeld en grijpt begrijpelijkerwijs elke strohalm aan om eerder vrij te komen.

En Poot doet alles om de Nederlandse overheid in het algemeen en justitie in het bijzonder in diskrediet te brengen. Die hebben er volgens hem immers voor gezorgd dat zijn droom van een luchthavenstad bij Schiphol nooit werkelijkheid is geworden. Poot spaart kosten noch moeite – denk aan de eindeloze stroom dagbladadvertenties – om zijn gelijk te halen.

Oud-rechercheur Klaas Langendoen spreekt ware woorden aan het begin van zijn verhoor in Utrecht, als hij zegt dat het toch eigenlijk van de gekke is dat een zakenman als Poot bakken met geld kan steken in het optuigen van een compleet circus in de rechtszaal. ‘Ik vind dat dit middel niet door de beugel kan’, zegt Langendoen. ‘Een voorlopig getuigenverhoor is niet bedoeld voor een openbare terechtstelling.’

Volgens Kat heeft Demmink ‘waarschijnlijk honderden kinderen’ misbruikt. Tot op heden zijn er vier mannen naar voren gekomen die zeggen dat zij het slachtoffer zijn van de gewezen topambtenaar. Twee Turken en twee Nederlanders. In alle gevallen betreft het misbruik dat decennia geleden zou hebben plaatsgevonden.

Zo zou Demmink de Turkse mannen in de jaren negentig hebben verkracht. Maar naar eigen zeggen is Demmink helemaal niet in Turkije geweest in de jaren negentig. Als Demmink de waarheid spreekt – en vooralsnog is er nog geen snipper bewijs dat Demmink in dat decennium, of daarna, in Turkije is geweest – dan maakt dat de Turkse getuigenissen volstrekt ongeloofwaardig.

Het heeft er alle schijn van dat de twee mannen zich voor het karretje van de tot levenslang veroordeelde Baybaşin hebben laten spannen.

Zijn de twee Nederlandse mannen geloofwaardiger? Nauwelijks.

Frank, de eerste man die zich rondom de publicaties in Panorama en de Gay Krant meldde, bleek een fantast. Hij werd veroordeeld wegens het doen van een valse aangifte tegen Demmink.

En Bart van Well, die voor het Amerikaanse Congres en in de Utrechtse rechtbank heeft verklaard, lijkt zwaar getraumatiseerd door het misbruik in zijn jeugd. Dat is vanzelfsprekend bijzonder tragisch, maar hij zou niet de eerste zijn die als gevolg van de aldus opgelopen psychische stoornissen de ene na de andere bizarre verklaring aflegt.

**

De aantijgingen aan het adres van Demmink doen in veel opzichten denken aan de verhalen die in België de ronde doen na de arrestatie van Marc Dutroux in augustus 1996. Het land verkeert in shock en dat blijkt een ideale voedingsbodem voor uiteenlopende onbewezen geruchten over satanische seksfeesten waarop hooggeplaatste Belgen zich ongestraft zouden vergrijpen aan minderjarigen, en over internationaal opererende pedonetwerken die zich schuldig maken aan kannibalisme.

‘Getuigen’ melden zich met de meest gruwelijke verhalen. Zo verklaart de jonge Genkenaar Olivier Trusgnach kort na de arrestatie van Dutroux dat hij als vijftienjarige is misbruikt door de vicepremier van Belgie. De verklaring slaat in als een bom. De kranten staan er vol van. Zij eisen het hoofd van de man die geen stap meer buiten de deur kan zetten zonder dat hij wordt achtervolgd door journalisten die naar zijn seksuele voorkeuren informeren.

Onderzoek wijst echter al snel uit dat de vicepremier volstrekt onschuldig is. Trusgnach blijkt een fan209 tast en een gehaaide oplichter. En hardleers bovendien: hij wordt later verscheidene malen veroordeeld wegens zaken als diefstal en fraude en hij komt nog geregeld in het nieuws als hij zich weer eens ten onrechte uitgeeft voor consul, hertog of aalmoezenier.

De getuigenissen van Trusgnach zijn echter kinderspel in vergelijking met de verklaringen die verscheidene jonge vrouwen afleggen. De bekendste van hen is Regina Louf, die enkele weken na de arrestatie van Dutroux in beeld komt als een vriendin van haar contact opneemt met de politie. De vriendin heeft Louf leren kennen in een zelfhulpgroep voor slachtoffers van seksueel geweld. Zij vertelt de politie dat Louf jarenlang is misbruikt door een pedonetwerk waarvan ook Dutroux onderdeel zou hebben uitgemaakt.

In een half jaar tijd verhoort de politie Louf, die bekend komt te staan als getuige X1, zeventien maal. De vrouw die naar eigen zeggen aan een meervoudige persoonlijkheidsstoornis lijdt, vertelt hoe ze dankzij de hulp van een psychotherapeute allerlei verdrongen jeugdherinneringen naar boven heeft weten te halen. Zo ‘ontdekt’ ze dat haar moeder en oma deel uitmaakten van een netwerk dat vrouwen prostitueerde en vooraanstaande burgers afperste met informatie over hun pedoseksuele activiteiten.

Volgens Louf is Dutroux slechts een radertje in een veel groter netwerk van satanische kinderverkrachters die in opdracht van Belgische industriëlen, vooraanstaande politici en de hoge adel seksfeesten organiseerden waarop ontvoerde kinderen werden vermoord. De bende zou verantwoordelijk zijn voor een groot aantal onopgeloste kindermoorden uit de jaren tachtig, waarvan Louf beweert dat zij ze heeft gepleegd of gezien. Ook vier van haar eigen kinderen zouden op seksfeesten zijn vermoord.

Voor onderzoeksleider Patrick Debaets, die – zo zou later blijken – uiterst onprofessioneel te werk gaat, klinken Loufs verhalen allemaal zeer aannemelijk. Eindelijk kan hij verklaren waarom Dutroux zolang zijn gang kon gaan: hij kreeg bescherming van hogerhand. Andere agenten staan echter sceptischer tegenover X1 en in juli wordt Debaets, samen met een paar van zijn vertrouwelingen, van de zaak gehaald. Er komt een nieuw onderzoek, waarbij andere speurders nog eens kritisch naar de verklaringen van Louf kijken.

Een doofpot, oordeelt de Debaets. En met hem verscheidene media, waaronder dagblad De Morgen en weekblad Télémoustique. Zij besluiten de verhalen van X1 in de openbaarheid te brengen. Louf slaagt erin om de media om haar vinger te winden, zoals ze dat eerder al deed met Debaets.

De onderzoekers bij de Rijkswacht die Loufs verhalen natrekken, laten echter geen spaan heel van haar verklaringen. ‘Uit verificatie, verhoor en vaststellingen ter plaatse is gebleken dat een groot deel van de feiten die door Regina Louf aangehaald worden, onmogelijk, onwaarschijnlijk en oncontroleerbaar zijn en mekaar tegenspreken’, constateren de speurders Willy Vandeput en Nino Alvarez na maanden onderzoek. Als X1 wordt geconfronteerd met onjuistheden en ongerijmdheden in haar eerdere verhalen, past ze haar lezing van de gebeurtenissen gewoon aan, stellen de onderzoekers vast.

Het enige waarover Louf consequent verklaart, is het misbruik tussen haar twaalfde en zestiende. Degene die daar verantwoordelijk voor was, een huisvriend van haar familie, en verscheidene andere getuigen bevestigen deze relatie ook. Alle overige verhalen lijkt Louf te hebben verzonnen. Daarbij werd ze geïnspireerd door de verhalen die ze hoorde in haar zelfhulpgroep en de artikelen die ze las over de bende van Marc Dutroux.

De verhalen die Micha Kat en andere complotdenkers over Joris Demmink verspreiden, lijken af en toe rechtstreeks afkomstig uit de koker van X1. Ook in het geval van Demmink zou er weer sprake zijn van dubieuze seksfeesten, waarop hooggeplaatsten – BN’ ers, politici, bankiers, officieren van justitie, rechters, leden van het koninklijk huis – zich verlustigen aan de rituele moord op minderjarige jongens en meisjes.

Complotdenkers brengen Joris Demmink steevast in verband met jarenlang onopgeloste moorden, zoals die op het Friese meisje Marianne Vaatstra. Daarin blijven ze volharden, zelfs nadat de werkelijke dader na een DNA-match en bekentenis is veroordeeld. De dader is gewoon het slachtoffer geworden van Demminks sinistere pedonetwerk, heet het dan. Harde bewijzen die dergelijke aantijgingen moeten onderbouwen, onderbreken echter.

Hoewel bewijs tegen Demmink ontbreekt, nemen politie en justitie de aantijgingen aan het adres van de hoge ambtenaar wel degelijk serieus. Afgaande op verklaringen van verscheidene oud-rechercheurs en oud-hoofdofficier van justitie Hans Vrakking duikt de naam van Demmink in de tweede helft van de jaren negentig bijvoorbeeld kort op tijdens een onderzoek naar het misbruik van minderjarigen.

Demmink is niet de enige justitiemedewerker die in die tijd in verband wordt gebracht met kindermisbruik. Ook twee hoofdofficieren worden beschuldigd.

De politie onderzoekt hen maar kan niets vinden. De belangrijkste ‘getuige’ is een leugenachtige crimineel die de dochter van zijn vriendin heeft verkracht. Een van de mannen om wie het onderzoek draait, een bordeelhouder die uiteindelijk ook wordt veroordeeld, ontkent bij hoog en bij laag dat hij Demmink en andere hoogwaardigheidsbekleders ooit heeft gezien.

Als vervolgens ook Vrakking zelf door een dubieuze boekhouder wordt genoemd als vooraanstaand lid van een pedonetwerk, besluit de Binnenlandse Veiligheidsdienst BVD een onderzoek naar de ‘destabilisering van het rechtsbedrijf ’ in te stellen. Het gebeurt in die dagen namelijk wel vaker dat criminelen en hun stromannen met verklaringen komen over schimmige activiteiten van politie- en justitiemedewerkers. Door valse informatie te verspreiden probeert de georganiseerde misdaad politie en justitie te ontregelen.

Voor complotdenkers vormt het politieonderzoek uit de jaren negentig naar Demmink nog altijd het bewijs dat de voormalige topambtenaar niet deugt. Maar je kunt dit onderzoek net zo goed zien als het bewijs dat het eigenlijk wel snor zit met de Nederlandse rechtsstaat. Dat ook een hoge justitieambtenaar en verscheidene hoofdofficieren gewoon worden onderzocht, als er een verdenking bestaat, logenstraft immers het idee dat ‘de hoge heren’ overal mee wegkomen.

Ook om die reden lijkt de door Adele van der Plas gepropageerde complottheorie – dat de Nederlandse overheid zich door Turkije zou hebben laten afpersen met informatie over de pedoseksuele praktijken van Joris Demmink – zo onwaarschijnlijk.

Want waarom zou de minister van justitie – destijds Winnie Sorgdrager – door de knieën gaan voor Turkse chantage? Waarom zou zij haar fiat geven aan het vervalsen van bewijs tegen een volgens Van der Plas onschuldige man om zo een hoge ambtenaar te redden? En waarom zou een officier van justitie vervolgens meewerken aan zo’n nepproces?

Zo denkt Diederik Aben, advocaat-generaal bij de Hoge Raad, er ook over. Hij acht Van der Plas’ theorie erg onwaarschijnlijk, laat hij in 2012 weten naar aanleiding van een herzieningsverzoek dat Baybaşins advocaat bij het hoogste Nederlandse rechtscollege heeft ingediend.

Als Turkije werkelijk heeft geprobeerd om Nederland af te persen met bewijzen van Demminks vermeende voorliefde voor jonge jongens, dan zou de minister van justitie volgens Aben een enorm risico nemen door haar ambtenaar te beschermen. ‘Het afbreukrisico van een “cover-up” is vele malen groter dan het ontslag en eventueel de vervolging van die ambtenaar’, schrijft hij over de vermeende betrokkenheid van Sorgdrager bij het uit de wind houden van Demmink.

Sorgdrager had Demmink, die tijdens haar ministerschap nog geen secretaris-generaal was, zonder problemen de laan uit kunnen sturen als hij zich schuldig zou hebben gemaakt aan kindermisbruik. ‘Demmink was niet onmisbaar’, schrijft Aben. ‘Voor hem een ander.’

**

Het is vrijdag 3 juni 2016 en de Van Namenzaal in de Amsterdamse rechtbank puilt uit. Er zijn te weinig stoelen op de publieke tribune. Achterin moeten mensen staan. De aanwezigen zijn die dag getuige van enkele voorlopige-getuigenverhoren die zijn aangevraagd door de voormalige jongensprostituee Bart van Well.

De enigszins nerveuze parketwachten kijken hun ogen uit. Het is dan ook een bont gezelschap dat in de rechtszaal zit. Alleen Micha Kat ontbreekt vanwege verblijf in het buitenland. Verder zijn alle complotdenkers die twee jaar eerder al bij de voorlopige-getuigenverhoren in Utrecht aanwezig waren, ook nu weer van de partij. Inclusief de voormalige cameraman van Micha Kat, de waxinelichtjeshoudergooier en Ton Hofstede van Het Haagse Complot.

Twee volwassenen op de publieke tribune hebben zich voor de gelegenheid uitgedost als baby’s – compleet met roze en blauwe luiers en slabbetjes. ‘Don’t fuck with me’ en ‘Nederland pedoland’ staat er op de bordjes die zij om hun nek hebben gehangen.

Van Well wil via de verhoren aantonen dat de overheid in de jaren tachtig veel te weinig ondernam tegen het seksueel misbruik van jonge mannelijke prostituees in Amsterdam. Vermoedelijk omdat de ‘hoge heren’ zelf maar al te graag van hun diensten gebruikmaakten. Een van de door Van Well opgeroepen getuigen heeft op een eerdere verhoordag al verklaard dat burgemeester Ed van Thijn, prins Claus en minister Onno Ruding zich begin jaren tachtig vergrepen aan minderjarige jongens.

Hoewel er op 3 juni drie mensen worden verhoord, is iedereen eigenlijk alleen maar geïnteresseerd in de derde: Joris Demmink. Voor veel van de aanwezigen zal het de eerste keer zijn dat ze de gepensioneerde ambtenaar in het echt zien.

‘Ja, daar is-ie’, sist iemand in de zaal als Demmink als laatste die dag door het gangpad naar voren loopt om plaats te nemen op een stoel voor de rechter-commissaris en de griffier.

Demmink, die onder ede staat, heeft weinig moeite met de vragen die de advocaat van Van Well, Martin de Witte, op hem afvuurt. Ja, hij is homoseksueel. ‘Dat lijkt me zo onderhand wel algemeen bekend.’ Ja, hij is een keer in een Haagse homosauna geweest. En ja, hij heeft een relatie gehad met de voormalige Tsjechische pornoacteur Libor Čtvrtlik. Hij spelt diens achternaam geduldig voor de griffier.

Verder verwijst Demmink alle bizarre verhalen die over hem de ronde doen naar het rijk der fabelen. Is hij ooit op het Anne Frank Plantsoen geweest? ‘Nee.’ Heeft hij ooit seks gehad met Van der Well? ‘Nee.’ Heeft hij ooit seks gehad in de dienstauto? ‘Nee.’ Is hij ooit in de Amsterdamse Festivalbar geweest? ‘Dat zegt mij niks.’ In een andere hoofdstedelijke gelegenheid waar jongensprostituees actief waren dan?

‘Nee.’

Nee, hij heeft begin jaren tachtig geen contact gehad met de vermoorde Haagse jongenspooier Dick Willard, zoals een anonieme hasjhandelaar in 2012 in het AD verklaarde. En nee, hij heeft – anders dan Henk Krol twee jaar eerder in de rechtbank in Utrecht beweerde – ook nooit de homo-pornovideo Das fickende Klassenzimmer cadeau gedaan aan de voormalige hoofdofficier van justitie Jan Wolter Wabeke en diens man Jan Swinkels.

Demmink verhaalt van het drie maanden durende veiligheidsonderzoek dat de AIVD naar hem deed toen hij in 2002 werd benoemd tot secretaris-generaal op justitie. ‘De heren van de AIVD zeiden dat ze tijdens hun onderzoek veel rare verhalen hadden gehoord, maar dat ze voor geen van die verhalen een feitelijke grondslag hadden aangetroffen’, aldus de gewezen topambtenaar.

Demmink maakt in de rechtszaal een ontspannen, bijna laconieke, zelfbewuste indruk. Hier zit niet iemand die zich van de wijs laat brengen door aantijgingen van kindermisbruik en een vijandige zaal. Demmink beantwoordt de vragen van De Witte zonder te twijfelen.

Het enige moment waarop het even spannend voor hem wordt is na het verhoor. Als hij vanuit de hoofdingang van de rechtbank naar een gereedstaande grijze Sedan loopt. De ex-topambtenaar, die naar de auto wordt begeleid door parketwachten, loopt een haag van camera’s en boze complotdenkers in.

‘Viezerik’ en ‘schoft’, roepen ze.

‘Hoe is het met je geweten, Demmink? Heb je dat?’, roept een jongen die ik herken van de SOPN en de strafzaak tegen Micha Kat.

‘Kindermoordenaar!’, schreeuwt Van Well.

‘Ik heb hem gevraagd of ik hem in zijn ballen mocht trappen’, zegt een opgetogen man als Demmink eenmaal uit het zicht is verdwenen.

De vraag is wat de impact van de aanhoudende beschuldigingen op Demmink is. Het moet niet fijn zijn om constant in verband te worden gebracht met kindermisbruik. Een anonieme kennis van Demmink verklaart tegenover NRC Handelsblad dat de voortdurende insinuaties hem niet onberoerd laten. ‘Hij vond het verschrikkelijk als iedereen begon te fluisteren zodra hij werd gesignaleerd, bijvoorbeeld in de rij bij het Concertgebouw.’ In de ogen van velen is Demmink al schuldig. Dat er nog nooit ook maar een bewijs is geleverd voor Demminks vermeende misstappen lijkt er niet toe te doen. Dat het Openbaar Ministerie in juni 2016 bekendmaakt dat nieuw onderzoek opnieuw ‘geen enkel belastend materiaal heeft opgeleverd’ evenmin.

Samenzweringsdenkers laten zich door dergelijke feiten niet van de wijs laten brengen. Zij blijven ervan overtuigd Demmink tal van minderjarigen heeft misbruikt, dat hij mensen die te veel weten om het leven brengt en dat hij achter de schermen overal aan de touwtjes trekt. Zij zijn gelovigen die menen dat het aan de voormalige topambtenaar is om te bewijzen dat alle beschuldigingen aan zijn adres niet kloppen.

En zij staan daar bepaald niet alleen in. Voor menigeen is Demmink schuldig. Zo zet cabaretier Youp van ’t Hek – toch niet echt iemand die in aanmerking komt voor het predicaat complotdenker – de gewezen secretaris-generaal in zijn NRC-column verscheidene malen neer als een ‘ranzige pedo’.

‘Reed Joris vroeger langs een lagere school, was het daar net speelkwartier en kreeg de procureur-generaal aandrang om in het bijzijn van een jongetje wat zaad te lozen, dan hielden drie officieren van justitie schermen rond de auto zodat Joris zich even lekker kon uitleven’, schrijft Van ’t Hek op 29 maart 2014.

In een profiel dat in dezelfde maand in de Volkskrant verschijnt, zegt een oud-klasgenoot dat hij niet in de indruk heeft dat de oud-secretaris-generaal er minder om slaapt. ‘Joris is heel sterk. Die valt niet om.’ In zijn vrienden- en kennissenkring gelooft bijna niemand de beschuldigingen, zo blijkt uit hetzelfde artikel. Al moet een iemand toegeven dat hij na alle verhalen wel is gaan twijfelen. ‘Je weet niet wat je niet weet.’

Eind jaren negentig schreef de Maastrichtse hoogleraar psychologie Harald Merckelbach voor het blad Skepsis een artikel over de breed in de media uitgemeten beschuldigingen van X1. In het stuk stelt Merckelbach onder meer vast dat mensen die in de media onterecht worden beschuldigd van kindermisbruik, doorgaans blijvende imagoschade oplopen. ‘De sociaal-psychologische literatuur leert dat een volledige rehabilitatie er voor hen nooit meer inzit, simpelweg omdat het publiek weinig ontvankelijk is voor rectificaties.’

De Belgische vicepremier die in 1996 ten onrechte van kindermisbruik werd beschuldigd, kan daarover meepraten. Door de beschuldiging van de fantast Trusgnach was hij wekenlang het middelpunt van een politieke storm.

De vicepremier besloot niet bij de pakken neer te zitten, maar vocht terug. Terwijl de liberale oppositiepartij VLD zijn opstappen eiste omdat zijn ‘immorele gedrag’ onverenigbaar zou zijn met zijn ambt, bleef hij op zijn post zitten. En toen een RTL-verslaggeefster hem op straat nariep of hij misschien homo was, draaide hij zich om en antwoordde: ‘Ja. En wat dan nog?’

Daarmee werd hij de eerste openlijke homo in de Belgische politiek. Zijn naam is Elio di Rupo. Van december 2011 tot oktober 2014 was hij premier van België. Sommige politieke tegenstanders blijven tot op de dag van vandaag refereren aan de onterechte beschuldigingen uit de jaren negentig. Zo noemde het kamerlid Laurent Louis de premier tijdens een debat in maart 2014 een pedofiel.

Dat klinkt weinig hoopgevend voor Demmink. De beschuldigingen van kindermisbruik zullen Demmink vermoedelijk altijd blijven aankleven.

Wel kan Demmink hoop putten uit het feit dat een van zijn grootste plaaggeesten inmiddels besloten lijkt te hebben om het bijltje er bij neer te gooien. Op 13 juni 2014 maakte de familie Poot bekend dat ze hun onderneming Chipshol van de hand willen doen. De 150 hectare die de familie nog in de buurt van Schiphol heeft, gaan in de verkoop. Daarmee lijkt er een einde te komen aan de strijd die Jan en Peter Poot jarenlang tegen de overheid en justitie hebben gevoerd.

Micha Kat geeft hen daarin groot gelijk, zo laat hij mij in de zomer van 2014 telefonisch vanuit Italië weten. ‘In Nederland is niets meer te halen. Alle rechters zijn corrupt.’

Voor Kat betekent het einde van Poots strijd tegen Demmink dat de familie zijn maandelijkse toelage staakt. Met als gevolg dat Kat zijn woning in Schiedam niet langer kan betalen.

Op 11 september 2014, als hij de meeste van zijn spullen al heeft weggegeven, wordt zijn appartement officieel ontruimd. Die datum is volgens Kat geen toeval. ‘Dat is natuurlijk weer heel satanisch.’

Morgen: ‘De krachten die dit verhaal tegenhouden hebben veel macht’

Wat beweegt complotdenkers? Zijn het paranoïde geesten of lijkt hun geloof in samenzweringstheorieën eigenlijk nog het meeste op religie? Voor het in 2016 verschenen boek Complotdenkers dompelde ik me onder in de wereld van de samenzweringsgelovigen. Ik sprak verscheidene Nederlandse complotdenkers. Van een herhaaldelijk veroordeelde ex-journalist die de jacht heeft geopend op pedo-netwerken tot een anti-vaccinatieactiviste die ervan overtuigd is dat de Holocaust zwaar wordt overdreven. En van een succesvolle ondernemer die meent de moord op John F. Kennedy te hebben opgelost tot een oprichter van een politieke partij die de luchtmacht wil inzetten tegen chemtrails sproeiende vliegtuigen.

Wil je alvast verder lezen? Bestel een exemplaar van Complotdenkers. Laat hieronder je gegevens achter.

Totaal: € -