5. ‘Journalisten zijn slaven van de macht’

cc-foto: congerdesign

Samenzweringsgelovigen wantrouwen de reguliere media die volgens hen steevast de belangen van de macht en de elite behartigen. Internet biedt de complotters de mogelijkheid om hun theorieën ongefilterd met de rest van de wereld te delen.

Dit is het vijfde hoofdstuk van het in 2016 verschenen boek Complotdenkers. Elke dag verschijnt er een hoofdstuk op De Halve Waarheid. Bekijk hier het overzicht van alle hoofdstukken.

Evenals sommige andere gelovigen hebben veel fanatieke complotdenkers een onbedwingbare neiging om te evangeliseren.

Of het nu de maanlanding of de dood van prinses Diana betreft, of het nu gaat om het bestaan van geheimzinnige genootschappen die stiekem de wereld besturen of om een hooggeplaatste medewerker op het ministerie van justitie wiens pedofiele praktijken niet worden bestraft: de complotdenker weet hoe het echt zit en deelt die informatie graag met de rest van de wereld.

En dankzij internet gaat dat inmiddels makkelijker dan ooit. Internet is immers het meest democratische medium in de geschiedenis. In tegenstelling tot bij de oude media (kranten, televisie, radio) zijn er online geen poortwachters die bepalen wat er wel en wat er niet wordt gepubliceerd of uitgezonden. Iedereen kan nu uitgever worden. En zeker op complotdenkers, die in het pre-internettijdperk doorgaans stuitten op ongeïnteresseerde redacteuren die hun lezersbrieven lachend terzijde schoven, heeft die mogelijkheid een onweerstaanbare aantrekkingskracht.

Het wantrouwens jegens de reguliere media is groot in complotkringen. Samenzweringsdenkers vinden dat de traditionele media – in complotkringen doorgaans de mainstream media (MSM) of de corporate media genoemd – ons een onjuist wereldbeeld opdringen, terwijl ze de theorieën van samenzweringsdenkers ten onrechte negeren.

De media presenteren een narrative over hoe de wereld in elkaar zit, zo is de overtuiging van de complotgelovigen. En dat verhaal staat doorgaans haaks op hoe het er echt voorstaat. Elke zogenaamde ‘gebeurtenis’ waarover de media berichten – of het nu een terreuraanslag of de ontdekking van een nieuw geneesmiddel is – kan bedoeld zijn om de politieke belangen van de machthebbers te bevorderen.

Kijk maar naar de verslaggeving op 11 september 2001, zeggen de samenzweringsdenkers. Richard Gage staat er tijdens zijn toespraak in TrouwAmsterdam uitgebreid bij stil. Hij toont beelden van BBC-verslaggeefster Jane Standley die meldt dat er na de Twin Towers nog een derde gebouw van het World Trade Center-complex is ingestort: WTC Building 7.

Het is een van de weinige momenten die middag dat het publiek moet lachen. De ‘grap’: op het moment dat de ineenstorting van WTC 7 wordt gemeld, staat het gebouw nog overeind. Het is te zien achter de verslaggeefster. Kort na de melding van de BBC stort het overigens alsnog in.

WTC Building 7 speelt een belangrijke rol in verscheidene complottheorieën over de gebeurtenissen van 11 september. Al was het maar omdat weinig mensen weten dat deze derde toren is ingestort. Dat is een aantrekkelijk gegeven voor complotdenkers die hun opponenten maar wat graag aftroeven met hun kennis. ‘Als je niet eens weet dat WTC 7 is ingestort, hoe kun je dan zeker weten dat Bush niet achter de aanslagen zat?’

Daar komt bij dat de ineenstorting van WTC 7 ook voor de instanties die onderzoek deden naar de gebeurtenissen van 11 september, lange tijd een beetje een mysterie was. Het gebouw werd zelf niet geraakt door een vliegtuig, maar zakte bijna zeven uur nadat WTC 1 en 2 tegen de vlakte waren gegaan, toch in elkaar.

Uiteindelijk concludeerden onderzoekers dat WTC 7 door het ineenstorten van WTC 1 en 2 grote schade had opgelopen. Aan de zuidkant van het gebouw was een gat geslagen ter grootte van zo’n tien verdiepingen. Een andere belangrijke factor vormde het nogal ongebruikelijke ontwerp van het gebouw: de pilaren ondersteunden een uitzonderlijk hoog gewicht per vloer. Tel daarbij op dat er hevige – door de in het gebouw aanwezige dieselgeneratoren verder aangewakkerde – branden woedden, en de ineenstorting is verklaard. Gage gelooft echter in een ander scenario. De autoriteiten hebben het 47 verdiepingen tellende gebouw laten opblazen, denkt hij. ‘Controlled demolition.

Dat verklaart meteen waarom de BBC en overigens ook CNN de ineenstorting te vroeg meldden. De autoriteiten hadden de nieuwszenders van tevoren vast een ‘script’ verschaft van de gebeurtenissen die dag. De foutieve berichtgeving over WTC 7 bij de BBC en CNN past in het beeld dat menige samenzwerings58 gelovige heeft van ‘de media’: organisaties die aan de leiband van de machthebbers lopen ofwel zelf onderdeel uitmaken van het complot.

Dat er bij de spreekbeurt van Gage in TrouwAmsterdam geen media aanwezig zijn, vormt voor de aanwezigen het zoveelste bewijs dat journalisten niet kritisch durven zijn jegens de autoriteiten. Want hoewel er in de week voorafgaande aan het optreden van Gage aandacht is geweest bij BNR en op de website van dagblad De Pers, kunnen de media maar weinig goed doen bij de bezoekers. Een van hen formuleert het na afloop als volgt: ‘Journalisten zijn leugenaars. Ze zijn slaven van de macht.’

Het is een terugkerende klacht bij alle complotdenkers die ik voor mijn boek spreek: journalisten verzwijgen de waarheid. ‘Het nieuws zit vol met leugens’, vindt bijvoorbeeld Rita van der Meijden (niet haar echte naam), die op Facebook en haar weblog onder meer waarschuwt voor het einde der tijden. ‘Als ze die leugens maar vaak genoeg herhalen, gaan mensen ze vanzelf geloven.’

Zelf haalt ze haar nieuws van een vast rijtje ‘alternatieve nieuwssites’. Daarop baseert ze haar eigen artikelen die vaak handelen over zaken als aardbevingen, overstromingen, stormen en ander natuurgeweld. ‘De media laten die onderwerpen met opzet liggen. Daardoor weet niemand dat er zoveel aardbevingen zijn’, meent ze.

Anton Teuben, oprichter van het UFO-meldpunt, meent eveneens dat de media zaken voor ons achterhouden. Nieuws over het bestaan van buitenaards leven bijvoorbeeld. ‘Ik heb regelmatig contact met journalisten en cameramensen en ik weet dat ze veel meer aandacht aan ons willen besteden’, vertelt hij. ‘Maar ze worden door de redacties naar andere onderwerpen gestuurd. Als je kijkt naar wat ze uitzenden, schaam je je. We hebben een mediamaffia die 7 miljard wereldburgers belazert.’

En ook Wim Dankbaar, die zegt te weten wie John F. Kennedy heeft vermoord, ergert zich aan de journalistiek. ‘De leugen verkoopt beter dan de waarheid’, constateert hij. ‘Elk jaar wordt er wel weer een nieuwe documentaire gemaakt waarin wordt beweerd dat Lee Harvey Oswald een lone assassin was. Het zijn altijd de usual suspects die verantwoordelijk zijn voor die docu’s: journalisten die ervan worden verdacht dat ze op de payroll van de CIA staan.’

Hoewel het wantrouwen van de media universeel is onder complotdenkers, is er in Nederland geen samenzweringsgelovige die de haat jegens de traditionele media zo belichaamt als Micha Kat.

‘Dankzij de corrupte, oude media kunnen alle destructieve krachten – of het nu gaat om corrupte bankiers, om pedonetwerken of om het corrupte bedrijfsleven – gewoon hun gang gaan’, constateert hij op een namiddag in juni 2013 te midden van zijn aanhangers op de trappen van de Amsterdamse rechtbank.

Kat heeft net een dag in het gebouw achter hem doorgebracht omdat De Telegraaf hem voor de rechter had gesleept. De krant wil dat hij ophoudt met het gebruik van de term ‘De Pedograaf ’. Kat voelt daar niets voor. Eerst moet De Telegraaf maar eens wat kritischer gaan schrijven over Joris Demmink, vindt hij. Volgens hem verzwijgt de grootste krant van Nederland name60 lijk dat de voormalige topambtenaar van justitie een kindermisbruiker is.

‘We moeten weer terug naar een tijd dat er sprake was van onafhankelijke, eerlijke journalistiek’, houdt Kat zijn gehoor voor.

Wie Kats filippica’s tegen de media beluistert, zou bijna vergeten dat Kat zelf jarenlang voor de traditionele media werkte. Maar liefst twaalf jaar was hij als medewerker verbonden aan NRC Handelsblad, al voelde hij zich daar nooit helemaal op zijn gemak, vertelt hij mij als ik hem eind 2012 opzoek.

NRC Handelsblad danst naar Kats smaak te veel naar de pijpen van de elite. ‘Er heerste een zieke, machtsgeile cultuur’, blikt hij terug op zijn tijd bij de krant. ‘Als je ging lunchen, was het belangrijk dat je vertelde met wie je geluncht had. Op alle niveaus was er sprake van collusie tussen de krant en de macht. Ze zaten bij elkaar op schoot. Letterlijk. Op borrels zag ik het gebeuren: daar liepen mensen als Alexander Rinnooy Kan gewoon rond.’

Kat is ervan overtuigd dat de krant moedwillig de feiten verdraait om het de machthebbers naar de zin te maken. Het duidelijkste bewijs daarvan ziet hij in een door NRC uitgevoerde enquête naar de mening van de Nederlandse bevolking over de Europese grondwet in 2005. ‘De uitkomst van de enquête was dat 38 procent van de bevolking voor de grondwet was’, vertelt hij. ‘Toen hebben ze net zolang doorgeënquêteerd tot het 51 procent werd. Achteraf bleek natuurlijk dat die 38 procent gewoon overeenstemde met de uitslag. Maar zo werkt het niet bij NRC Handelsblad: de waarheid wordt niet geaccepteerd, die moet worden vervangen door een leugen. Geen wonder gezien de hysterische verwevenheid met de Europese maffia die bij NRC altijd al bestaan heeft.’

Kat is ten tijde van het referendum over de Europese grondwet al lang en breed vertrokken bij NRC Handelsblad. Drie jaar eerder, op 8 februari 2002, staat zijn laatste artikel, over de postzegelmarkt bij de Laurenskerk in Rotterdam, in de krant.

Kats vertrek bij NRC Handelsblad valt samen met de opkomst van Pim Fortuyn. Kat ergert zich mateloos aan de manier waarop de krant daarvan verslag doet. NRC demoniseert de politicus, zo is zijn overtuiging. De bevestiging daarvan ziet hij onder meer in het hoofdredactionele commentaar dat op de dag van de moord op Fortuyn in NRC Handelsblad verschijnt. Daarin schrijft de krant: ‘Het is de trots van Nederland dat we hier juist niet de ene cultuur beter vinden dan de andere. Dat we hier mensen gelijk behandelen in een open samenleving. Dat we ons hier de xenofoben en racisten van het lijf wensen te houden. Het is een grote schande dat we zestig jaar na dato een politicus in ons midden daaraan moeten herinneren.’

Als NRC Handelsblad vervolgens ook nog een artikel plaatst van jurist Egbert Dommering over de pogingen van het advocatenduo Spong en Hammerstein om media (waaronder NRC Handelsblad) aan te klagen wegens haatzaaien tegen Fortuyn, is de maat voor Kat vol. Onder Dommerings opiniestuk staat dat hij hoogleraar informatierecht aan de Universiteit van Amsterdam is. Onvermeld blijft dat hij de krant in het verleden juridisch heeft bijgestaan. Een doodzonde, vindt Kat.

‘Dat was het moment dat ik me realiseerde dat er bij NRC Handelsblad geen enkele moraliteit bestaat, dat al die ethische standaarden bullshit zijn. Die worden namelijk allemaal van tafel geveegd als er echt iets aan de hand is. Dan vragen ze gewoon hun eigen advocaat om de aanval van Spong en Hammerstein op de opiniepagina te counteren. “Maar je mag er niet bij zeggen dat je onze advocaat bent, hoor!” Heel smerig!’ Kat is zo boos dat hij besluit een rubriek te beginnen voor de site van Theo van Gogh, De Gezonde Roker. Kat presenteert zich daarin als de ombudsman van de avondkrant. Als een soort eigentijdse Maarten Luther klaagt hij in zijn rubriek de kerk aan waartoe hij voorheen behoorde.

Aanvankelijk zijn de stukken bijtend satirisch. Zo noemt hij toenmalig NRC-hoofdredacteur Folkert Jensma steevast Volkert, een verwijzing naar de moordenaar van Fortuyn. Dat hij zijn aanklachten tegen de krant afwisselt met smakelijke roddels over plagiaat en seksuele escapades op de NRC-redactie zorgt ervoor dat hij, zeker in mediakringen, goed wordt gelezen.

Na verloop van tijd wordt Kats toon echter verbetener. NRC Handelsblad wordt in zijn artikelen steeds vaker het middelpunt van een groot, kwaadaardig complot. Als Kat eind 2004 al zijn frustraties over de krant bundelt in het boek Lux, Libertas & Leugens, Het morele en journalistieke verval van NRC Handelsblad belooft hij zijn lezers inzicht te bieden in ‘de belangenverstrengeling van de NRC-jongens met justitie, rechterlijke macht, binnenlandse zaken, Europese Unie, Oranjehuis, Bilderberg-groep, Nederlandse Bank, Partij van de Arbeid enz. enz.’

De relatie met zijn voormalige opdrachtgever is op het moment dat het boek verschijnt al tot ver onder het nulpunt gedaald. Op de site Netkwesties.nl serveert NRC-hoofdredacteur Jensma de stukken van Kat in 2003 af als ‘haatdragende verzinsels’. Ook de paar NRC-redacteuren die Kat aanvankelijk nog voeren met sappige verhalen, verbreken het contact. ‘Toen ik een serieuze bedreiging werd voor de krant, krabbelde iedereen terug’, vertelt Kat.

Als hij eind 2007 op zijn site Nrcombudsman.nl wetenschapsjournalist Wim Köhler van onderuit de zak geeft, is de maat voor de krant vol. Kat beschuldigt Köhler, die begin 2006 een positief verhaal schreef over de later om veiligheidsredenen uit de handel genomen ‘wonderpil’ Rimonabant, ervan dat diens stuk ‘een misdadige poging is om lezers te vergiftigen en tot zelfmoord te drijven’. Hij vergelijkt de wetenschapsjournalist (‘de grootste journalistieke crimineel ooit’) met de beruchte nazi-arts Josef Mengele en doet een oproep om ‘deze Köhler zijn leven lang te blijven achtervolgen met zijn criminele handelswijze tot hij zo gek wordt dat hij de hand aan zichzelf slaat’.

NRC stapt naar de rechter, maar Kat, die zijn eigen verdediging voert, wint. Onder meer omdat hij de verwijzing naar Mengele intrekt en vervangt door een vergelijking met de Amerikaanse euthanasie-activist Jack Kervorkian (bijgenaamd ‘Dr. Death’). Ook besluit Kat Köhler niet langer de ‘grootste journalistieke crimineel ooit’ te noemen. In plaats daarvan kiest hij voor ‘de grootste journalistieke kwakzalver ooit’.

Voor de rechter is dat voldoende. De uitingen van Kat zijn niet onrechtmatig, oordeelt zij in februari 2008. ‘De passages zijn dermate provocerend geschreven dat de ge64 middelde lezer van de website van Kat zal begrijpen dat deze beschuldigingen niet letterlijk moeten worden opgevat en niet serieus genomen kunnen worden.’

Kat viert de uitspraak als een grote overwinning. In een interview op journalistensite De Nieuwe Reporter kondigt hij aan dat hij zal stoppen als NRC-ombudsman. ‘Hoger dan dit kom ik toch niet. Als mensen nu nog niet weten hoe door-en-door verrot die krant is, dan kan ik er ook niets meer aan doen.’

Na zijn vertrek bij NRC Handelsblad in 2002 werkt Kat nog voor verschillende andere media. Onder meer voor De Financiële Telegraaf. Kat is aanvankelijk maar wat blij met zijn nieuwe opdrachtgever. ‘Ik had daar hartstikke leuke contacten, kreeg veel vrijheid en kon er over grote fraudezaken schrijven’, vertelt hij. Alles gaat ‘hartstikke goed’. Totdat Kat het in een dronken bui aan de bar van Nieuwspoort (de journalistensociëteit in het gebouw van de Tweede Kamer) aan de stok krijgt met de politiek commentator en adjunct-hoofdredacteur van de krant, Kees Lunshof.

‘Ik zag Kees Lunshof daar staan en dacht: hé wat leuk, ik stel me even voor’, herinnert Kat zich. Lunshof stelt de aandacht echter niet op prijs. Kat: ‘Hij was behoorlijk dronken en krijste: “Hou je bek, wie ben je dan wel?” Ik was ook behoorlijk dronken, dus ik zeg:

“Waar ben je nou mee bezig, man?” Nouja, dat werd dus ruzie.’

‘Ondertussen moest ik ontzettend nodig plassen. Ik kon alleen de wc niet vinden en was net iets te lang doorgegaan met ruziemaken. Ik besloot dus maar om tegen een muur te pissen. Toen ik daarmee klaar was, liep ik weer terug.’

Lunshof en De Telegraaf kunnen de actie van hun medewerker maar matig waarderen. Kat: ‘De volgende dag lag er een brief van De Telegraaf bij me in de bus dat ik me onfatsoenlijk had gedragen in Nieuwspoort en dat ze elke samenwerking met me stopzetten.’ Als Lunshof eind 2007 overlijdt, ruikt Kat een nieuwe kans bij De Telegraaf. In 2008 zegt de chef buitenland, die blijkbaar niet op de hoogte is van Kats excentrieke gedrag eerder, hem toe dat hij in zuidoost Azië als freelancer aan de slag kan. Tien dagen voor Kats vertrek besluit de hoofdredactie echter een streep te halen door de samenwerking.

Kat denkt dat de samenwerking te elfder ure wordt afgeblazen omdat er ‘paniek uitbrak’ bij de krant. Paniek die volgens hem te maken moet hebben met zijn niet aflatende pogingen om pedoseksuelen te ontmaskeren. ‘In Azië gebeuren op dat gebied natuurlijk hele rare zaken’, vertelt hij. ‘Johan Remkes zit daar bijvoorbeeld met een buitenhuis waar allerlei smerige dingen plaatsvinden. Daar ben ik van overtuigd.’

Kat vermoedt dat ze bij De Telegraaf helemaal niet zitten te wachten op iemand die zich wil vastbijten in Aziatische pedofielennetwerken. ‘De Telegraaf wilde niet dat daar iemand naartoe ging die niet 100% in hun kamp zat. Het kamp van de macht, het kamp van Joris Demmink.’

Want dat ook De Telegraaf in het kamp van de secretaris-generaal van justitie zit, is voor Kat inmiddels zo klaar als een klontje. ‘Lunshof was een van de beste vrienden van Demmink’, stelt hij. ‘Ze zaten vaak samen te lunchen in Den Haag. Dat weet iedereen.’ En wat kreeg Kat te horen toen zijn correspondentschap in Azië niet doorging? ‘Het heeft te maken met Lunshof.’ Voor Kat is een en een twee: hij is het slachtoffer geworden van het ‘pedofielennetwerk van Kees Lunshof’.

Kats mislukte poging om correspondent voor De Telegraaf te worden, betekent zijn definitieve breuk met de traditionele media. Kat is er niet rouwig om. ‘Ik zou nu niet meer voor mijn oude opdrachtgevers kunnen werken’, vertelt hij. ‘Daarvoor is de ideologische kloof te groot geworden.

Voor zijn voormalige opdrachtgevers heeft hij geen goed woord over. Volgens Kat zijn dat stuk voor stuk lafbekken die weigeren de macht kritisch aan te pakken. Zo noemt hij Henk Steenhuis, die van 2001 tot 2008 hoofdredacteur was van HP/De Tijd, ‘een journalist die in 1943 de tijd van zijn leven zou hebben gehad’.

Kat zoekt zijn heil op internet. Aanvankelijk op de site van Theo van Gogh. Later op zijn eigen sites Klokkenluider Online en Nrcombudsman.nl. Kat voelt zich online als een vis in het water. Op internet hoeft hij geen verantwoording af te leggen aan hoofd- en eindredacteuren. Hij kan er zelf bepalen wat hij publiceert. En dat zijn hoofdzakelijk artikelen en video’s waarvoor in de gewone media geen plaats is.

Kat beschouwt zijn eigen sites en andere ‘alternatieve media’ als een verzetsbeweging. Ik ben wat Vrij Nederland was in 1941. Ik ben de illegale pers van nu. Ik word toch ook vervolgd?’

En nee, dat is niet overdreven, vindt Kat. Actief zijn in de alternatieve media is namelijk bepaald niet zonder gevaar. ‘Als je wilt weten hoe de macht werkt, moet je kijken naar het team dat voor de site van Theo van Gogh heeft gewerkt’, vertelt hij. ‘Van Theo weten we allemaal wat er is gebeurd. Dan heb je Gregorius Nekschot, die cartoons maakte voor Theo. Die is door tien man politie van zijn bed gelicht. Verder was er columnist Pamela Hemelrijk. Die is dood in haar bed gevonden. Ik zal niet zeggen dat ze is vermoord, maar de omstandigheden rondom haar dood zijn absoluut dubieus. En tot slot heb je nog Micha Kat die weer op een andere manier wordt uitgeschakeld.’

Morgen: Eenvoudige oplossingen voor complexe problemen

Wat beweegt complotdenkers? Zijn het paranoïde geesten of lijkt hun geloof in samenzweringstheorieën eigenlijk nog het meeste op religie? Voor het in 2016 verschenen boek Complotdenkers dompelde ik me onder in de wereld van de samenzweringsgelovigen. Ik sprak verscheidene Nederlandse complotdenkers. Van een herhaaldelijk veroordeelde ex-journalist die de jacht heeft geopend op pedo-netwerken tot een anti-vaccinatieactiviste die ervan overtuigd is dat de Holocaust zwaar wordt overdreven. En van een succesvolle ondernemer die meent de moord op John F. Kennedy te hebben opgelost tot een oprichter van een politieke partij die de luchtmacht wil inzetten tegen chemtrails sproeiende vliegtuigen.

Wil je alvast verder lezen? Bestel een exemplaar van Complotdenkers. Laat hieronder je gegevens achter.

Totaal: € -