6. Eenvoudige oplossingen voor complexe problemen

cc-foto: Wouter Engler

Mensen die extreme politieke denkbeelden aanhangen, zijn gevoeliger voor complottheorieën dan anderen. Hetzelfde geldt voor mensen met een lage opleiding. Geloof in samenzweringen helpt groepen die in een underdogpositie zitten en mensen met traumatische ervaringen.

Dit is het zesde hoofdstuk van het in 2016 verschenen boek Complotdenkers. Elke dag verschijnt er een hoofdstuk op De Halve Waarheid. Bekijk hier het overzicht van alle hoofdstukken.

Waardoor wordt iemand een complotdenker? Net als bij andere vormen van geloof speelt de omgeving een zeer belangrijke rol. Iemand die opgroeit in de Bible Belt zal eerder in God geloven dan iemand wiens wieg in Amsterdam stond. Wie leeft in een omgeving waar veel mensen in samenzweringen geloven, zal zelf ook eerder waarde hechten aan die complottheorieën. Zo zijn in de Arabische wereld complotten over joden wijd verspreid. Ze worden overgedragen van vader op zoon.

Hoewel complottheorieën onder alle lagen van de bevolking aanhangers hebben, blijken mensen met een lage opleiding er gemiddeld net iets bevattelijker voor. Daarnaast is het geloof in samenzweringstheorieën doorgaans het sterkst op de politieke flanken. Dat verklaart waarom het vooral laagopgeleiden en zeer rechtse Amerikanen zijn die geloven dat Obama een moslim is die niet in de Verenigde Staten is geboren. Ook in Nederland zijn kiezers op de politieke flanken het gevoeligst voor complottheorieën, blijkt uit onderzoek dat het bureau Ipsos in 2013 uitvoerde in opdracht van dagblad Trouw en André Krouwel en Jan Willem van Prooijen van de Vrije Universiteit. Bij het onderzoek kregen kiezers negen samenzweringsstellingen voorgelegd van het type: ‘Het Britse koningshuis of de Secret Service zit achter het auto-ongeluk waarbij prinses Diana omkwam’.

Mensen die op de PVV, SP, 50Plus of Partij voor de Dieren stemmen, bleken het gevoeligst te zijn voor dergelijke complottheorieën. Zo gelooft de helft van de door Ipsos ondervraagde PVV-stemmers dat de moord op Pim Fortuyn een samenzwering vanuit de gevestigde politiek was.

‘PVV- en SP-stemmers hebben een sterke behoefte aan eenvoudige oplossingen voor complexe problemen’, aldus Krouwel.

Extreme politieke denkbeelden gaan vaker gepaard met een wereldbeeld waarin weinig ruimte bestaat voor nuances. Wie denkt dat de islam het grootste gevaar voor ons beschaving vormt, is vermoedelijk ook sneller geneigd om te geloven in de complottheorie dat moslims Europa in samenwerking met de elite willen omvormen tot het kalifaat Eurabië. Of zoals dagblad De Pers in 2011 optekende uit de mond van Geert Wilders:

‘Niet alleen in Nederland, maar in heel Europa vechten de multiculturalistische elites een totale oorlog uit tegen hun bevolkingen. Met als inzet de voortzetting van de massa-immigratie en de islamisering, uiteindelijk resulterend in een islamitisch Europa – een Europa zonder vrijheid: Eurabië.’

Dat de elite een door moslims gedomineerd Europa zou nastreven, is een theorie die voor het eerst werd geformuleerd door de in Egypte geboren Britse schrijfster Bat Ye’or. Zij meent dat Europese leiders in de jaren zeventig gemene zaak hebben gemaakt met de Arabische elite. In ruil voor olie uit het Midden-Oosten zou de toenmalige Europese Economische Gemeenschap hebben beloofd dat ze enorme aantallen moslims uit Arabische landen zou opnemen.

En al die moslims die tegen de zin van de bevolking zijn toegelaten, kunnen we geen van allen vertrouwen, zo weten we dankzij PVV-ideoloog Martin Bosma. In 2010 verklaarde hij in een interview met NRC Handelsblad: ‘In de islam bestaat het fenomeen taqiyya. Voor zowel shi’ieten als sunnieten geldt de opdracht – niet alleen de mogelijkheid, maar echt de opdracht – om je ware bedoelingen te verdoezelen. Zoals de islamitische denker Al-Qaradawi zegt: je moet jezelf voordoen als liberale moslim, om zo in het geheim te werken aan de invoering van de Shari’a.’

De overeenkomsten tussen dergelijke theorieën en de vooroordelen die antisemieten over joden koesteren, zijn treffend.

In sommige gevallen is het geloof in complottheorieën een reactie op een groot persoonlijk drama. Zo valt het wantrouwen dat de anti-vaccinatie-activiste Désirée Röver die ik voor dit boek interviewde, heeft jegens inentingen terug te voeren op een ervaring begin jaren tachtig. In december 1981 belandt haar tweede zoon, die dan tweeënhalf jaar oud is, in het VU-ziekenhuis.

‘Hij wilde niet meer eten en hij kon niet meer lopen’, vertelt Röver. ‘Hij bleek een tumor te hebben bij zijn cauda equina die doorgroeide in zijn buikholte.’ (De cauda equina is de zenuwbundel onderin de rug.)

Het jongetje wordt twee keer geopereerd, hij wordt bestraald en hij krijgt chemotherapie. Röver is overal bij. Ze gaat met hem mee naar de behandelruimte als hij wordt bestraald. Met behulp van een meegebrachte knuffel die ze op de bestralingstafel neerlegt, laat ze haar zoon zien dat ze hem de hele tijd via een scherm in de gaten kan houden. Terwijl hij wordt bestraald, zingt zij kinderliedjes voor hem. ‘Altijd is Kortjakje ziek enzo.’

Röver bemoeit zich intensief met de behandeling. ‘Ik hield alles bij en zocht alles uit. Ik keek hoe ik de situatie van mijn zoon beter kon maken. Ik had een Moerman-boek en een boek over vitamines. Op basis van de kennis die daarin stond, flikkerde ik dan allerlei gezonde dingen in zijn sonde.’

Niet iedereen is enthousiast over Rövers bemoeienis met de behandeling van haar zoon. ‘Mijn man schrok zich rot’, vertelt ze. ‘Hij vond het maar niets dat ik de artsen bij de les haalde. Hij had een leuke, meegaande juffrouw getrouwd die nu opeens, goddomme, in een tijgerin veranderde.’

Haar zoon raakt plaatselijk verlamd. ‘De artsen knepen in zijn kuitjes en constateerden dan dat er geen spieren meer zaten. Ik heb toen gezorgd dat hij schoenen kreeg om zijn enkels recht te krijgen. Ook heb ik van gaspijpen een broek op wielen voor hem gesoldeerd. Daarmee heb ik hem het huis rondgejaagd’, vertelt Röver. ‘Toen hij voor de zeventiende chemokuur naar het ziekenhuis moest, liep hij zelf naar binnen. Met schoenen en een stok. Dat was mijn werk. Ik dacht: er is oneindig veel meer mogelijk dan jullie, artsen, denken.’ De jongen overleeft de chemokuur niet. Drie weken voor zijn vierde verjaardag overlijdt hij. De knuffel van haar zoon – ‘zo’n woef, een strepenbeest’ – heeft ze meer dan dertig jaar later nog altijd thuis liggen.

‘Op kosmisch niveau heb ik inmiddels vrede met de dood van mijn zoon, omdat ik weet dat ik niets heb nagelaten’, zegt ze. De schuld legt Röver elders: ‘Ik heb een meer dan donkerbruin vermoeden dat de kanker van mijn zoon is ontstaan door vaccins.’

Het vroege overlijden van haar zoontje heeft bij Röver geleid tot een diepgeworteld wantrouwen tegen de reguliere geneeskunde. Ze gelooft dat de farmaceutische- en olie-industrie – onder leiding van het Duitse chemieconcern IG Farben en de Amerikaanse familie Rockefeller – alles in het werk stellen om ons ziek te maken.

‘De westerse geneeskunde is gebaseerd op leugens’, meent ze. ‘Het is oorlog tegen het lichaam. Het is een systeem dat in het leven is geroepen door mensen die daar belangen bij hebben.’ Hoewel het erg verleidelijk kan zijn om complotdenkers weg te zetten als ‘gekkies’, zijn ze dat bepaald niet allemaal. Neurowetenschapper en docent psychiatrie Dean Burnett meent zelfs dat complotdenkers net zo normaal of gek zijn als mensen die niet in complottheorieën geloven.

‘Toegegeven, het kan zo zijn dat extreme complotdenkers worden gedreven door een psychische aandoening, zoals een angststoornis, paranoia of een psychose’, schrijft hij in september 2013 in The Guardian, ‘maar er bestaat in het algemeen geen direct verband tussen psychische stoornissen en complottheorieën. Je kunt in de officiële verklaring voor de moord op JFK geloven en toch aan schizofrenie lijden.’

Onder moeilijke omstandigheden kunnen complottheorieën – net als religie – dienen als een vorm van zelfbescherming. Dat verklaart waarom er zoveel complottheorieën de ronde doen over ingrijpende gebeurtenissen als de moord op John F. Kennedy of de aanslagen van 11 september.

Sterker nog: onder sommige omstandigheden getuigt het geloof in complottheorieën zelfs misschien wel van gezond verstand, betoogt Beatrice de Graaf (hoogleraar geschiedenis aan de Universiteit Utrecht en terrorismedeskundige) in september 2014 in NRC Handelsblad.

‘In landen met een slecht functionerende autonome publieke ruimte en een repressieve, antidemocratische overheid, bijvoorbeeld in het Midden-Oosten, is het logisch dat samenzweringstheorieën ontstaan’, schrijft ze. ‘Complottheorieën zijn dan niet per se irrationeel maar juist überrationeel.’

‘Complottheorieën zijn ook niet altijd kwaadaardig’, vervolgt De Graaf. ‘Ze zijn soms ook erg emancipatoir. Want voor onderdrukte groepen of minderheden, voor personen die zichzelf in een underdogsituatie geplaatst zien, zijn er ook daadwerkelijk machten en krachten waarop zij geen invloed kunnen uitoefenen. Complottheorieën zijn dan een uiting van terechte gevoelens van onrecht, verontwaardiging of gewoonweg wanhoop over het feit dat men niet gekend is in de beslissingen van hogerhand en er geen enkele invloed op heeft.’

Morgen: ‘Er zit ergens een kracht achter’

Wat beweegt complotdenkers? Zijn het paranoïde geesten of lijkt hun geloof in samenzweringstheorieën eigenlijk nog het meeste op religie? Voor het in 2016 verschenen boek Complotdenkers dompelde ik me onder in de wereld van de samenzweringsgelovigen. Ik sprak verscheidene Nederlandse complotdenkers. Van een herhaaldelijk veroordeelde ex-journalist die de jacht heeft geopend op pedo-netwerken tot een anti-vaccinatieactiviste die ervan overtuigd is dat de Holocaust zwaar wordt overdreven. En van een succesvolle ondernemer die meent de moord op John F. Kennedy te hebben opgelost tot een oprichter van een politieke partij die de luchtmacht wil inzetten tegen chemtrails sproeiende vliegtuigen.

Wil je alvast verder lezen? Bestel een exemplaar van Complotdenkers. Laat hieronder je gegevens achter.

Totaal: € -