1. Verwarde mannen

cc-afbeelding: OpenClipart-Vectors

Wat maakt iemand tot een complotdenker? Wat is nog normaal? En waar begint de gekte?

Dit is het eerste hoofdstuk van het in 2016 verschenen boek Complotdenkers.

‘Bij elke verdachte beweging wordt er onmiddellijk geschoten. Heb je dat begrepen?’

De vijf agenten die op 29 januari 2015 met getrokken pistolen de tv-studio in rennen, laten er geen misverstand over bestaan. De 19-jarige man die eerder die avond gewapend met een pistool het NOS-gebouw op het Mediapark binnendrong en toegang tot de studio eiste, moet zijn pistool weggooien en op zijn knieën gaan zitten.

De jongen, Tarik, wilde zendtijd tijdens het Journaal. Die krijgt hij niet. Althans niet op het moment dat hij dat wil. Het 8 Uur Journaal wordt die dag niet uitgezonden en Tarik wordt snel overmeesterd. In de daaropvolgende uitzendingen worden de beelden van de timide Journaal-kaper en de binnenstormende agenten eindeloos herhaald.

Aanvankelijk bestaat er veel onduidelijkheid over de motieven van de jongeman. Het is kort na de aanslag op het Franse satirische tijdschrift Charlie Hebdo. Een NOS-medewerker verklaart dat de indringer een Noord-Afrikaans uiterlijk heeft. En op Twitter gaat het (onjuiste) bericht rond dat ook het Belgische journaal niet kan worden uitgezonden vanwege een gijzeling. Is dit een gecoördineerde actie van moslimterroristen?

Na de arrestatie wordt er snel meer duidelijk. Het pistool dat Tarik bij zich had, is nep. En hij blijkt een nogal warrige brief te hebben geschreven over hackers die hem zouden steunen. De zendtijd had Tarik willen gebruiken om ‘zaken naar buiten brengen die de huidige samenleving in twijfel trekken’.

Vrienden, medestudenten en oud-klasgenoten verklaren dat Tarik ‘iemand met veel complottheorieën’ is. Op de middelbare school schreef hij een werkstuk waarin hij betoogde dat de Amerikanen zelf achter de aanslagen van 11 september zaten. Ook was hij geïntrigeerd door de Vrijmetselarij en de New World Order: geheimzinnige elites die volgens complotdenkers de wereld besturen.

Er gaat een zucht van opluchting door het land. Dit is geen religieuze fanaticus, zoals sommige mensen vreesden, maar een gek. Een verwarde man.

Maar is Tarik wel een verwarde man? Volgens zijn advocaat, Ton Visser, niet. ‘Van begin af aan heb ik op een heldere manier met hem kunnen spreken over wat hij heeft gedaan’, verklaart Visser tegenover de NOS. En ook de psychiater en psycholoog die na zijn arrestatie met hem spraken, menen niet dat er bij Tarik sprake is van een stoornis, al is hij volgens hen wel bovengemiddeld achterdochtig en heeft hij narcistische trekjes.

Tijdens zijn rechtszaak vertelt Tarik dat hij de bevolking graag had willen vertellen over de problemen met het monetaire systeem en de ‘grootschalige manipulatie door de NOS’. Dat laatste is volgens zijn advocaat helemaal niet zo’n gekke gedachte. De raadsman wijst erop dat de media inderdaad ‘manipuleren’: regelmatig blijken zaken anders te liggen dan de media ze voorspiegelen.

Tarik is nu eenmaal iemand die de wereld om hem heen graag kritisch beschouwt, aldus zijn advocaat. Daarom laat hij tijdens de rechtszaak ook een deel van een documentaire over het instorten van het World Trade Center zien. De film van de vermaarde Amerikaanse complotdenker Richard Gage, die meent dat de gebouwen met behulp van explosieven zijn opgeblazen, blijkt een van de inspiratiebronnen te zijn geweest voor Tarik.

Tarik, die scheikunde studeerde aan de Technische Universiteit in Delft, is bepaald geen domme jongen. Zoveel is wel duidelijk. Hij heeft alleen wel een totaal verknipt wereldbeeld, ook dat moge duidelijk zijn. Maar geldt dat niet voor veel meer mensen? Er zijn, zeker sinds de financiële crisis van 2008, hele volksstammen die ervan overtuigd zijn dat ons monetaire systeem een duister complot tegen de gewone man is. En ook het geloof dat de media ons manipuleren is wijdverbreid.

Is de complotideologie van Tarik nu echt zoveel gekker dan het wereldbeeld van een devote christen die er – ondanks al het wetenschappelijke bewijs voor het tegendeel – van overtuigd is dat God de wereld zesduizend jaar geleden in zes dagen geschapen heeft? Wat maakt iemand tot een complotdenker? Wat is nog normaal? En waar begint de gekte? Het zijn vragen die ik me bij het schrijven van dit boek over samenzweringsgelovigen en complottheorieën vaak heb gesteld.

Op het Nederlandse deel van internet worden complotters steevast aangeduid met de term ‘aluhoedjes’. Een verwijzing naar de tin foil hat, een hoedje gemaakt van aluminiumpapier dat de rechtgeaarde samenzweringsgelovige opzet om zich te wapenen tegen mind control via radiogolven.

Denk je aan complotdenkers, dan doemt al snel het beeld op van eenzame, niet al te slimme personen die in hun rommelige, verduisterde woning de hele dag nieuwe theorieën zitten uit te denken over hoe de wereld werkelijk in elkaar zit. Boos op de rest van de mensheid die hen maar niet wil begrijpen. Verwarde mannen die je niet al te serieus moet nemen, kortom. Het was in elk geval het beeld dat ik lange tijd van samenzweringsgelovigen had. Een beeld dat ik deels ontleende aan mijn eigen ervaringen met complotdenkers.

In maart 2008 riep ik de toorn van de Nederlandse complotgemeenschap over me af toen ik voor de journalistensite De Nieuwe Reporter een artikel schreef over de complotsite Zapruder. Die had kort daarvoor een weblogprijs ontvangen. In mijn ogen was die prijs onterecht. De beheerder van Zapruder, Patrick Savalle, gelooft namelijk dat HIV en AIDS niet bestaan. Volgens hem is de ziekte een verzinsel van farmaceutische bedrijven, bedoeld om mensen medicijnen te laten gebruiken waarvan ze ziek worden. Al het AIDS-onderzoek van wetenschappers en ‘Big Pharma’ heeft ‘nog geen enkel leven kunnen redden of verlengen’, schrijft Savalle op Zapruder. Wie weer gezond wil worden, moet volgens hem gewoon stoppen met het gebruik van medicijnen.

Een gevaarlijke mening die je niet met een prijs moet belonen, vind ik. En dat schreef ik op. Dat was tegen het zere been van Savalle en de bezoekers van zijn blog. Savalle sloeg terug met een uitgebreid tegenartikel waarin hij mij ‘pisbakkenjournalistiek’ verweet. Het ontbrak mij volgens Savalle aan ‘journalistieke integriteit, of zelfs maar gewoon goed fatsoen’. Bovendien zou ik mensen met controversiële meningen de mond willen snoeren.

Dit boek staat vol met ‘controversiële meningen’. Want ondanks – of misschien wel dankzij – mijn meningsverschil met Savalle bleven samenzweringsgelovigen me intrigeren. Wie zijn die mensen? Hoe kan het dat ze zo radicaal anders naar de wereld lijken te kijken? Waarom zien zij complotten waar anderen niets bijzonders zien? Waar geloven ze precies in? Wat is het spel dat er volgens hen achter de schermen wordt gespeeld? Wie trekken er aan de touwtjes? Is het geloof in complottheorieën een soort alternatieve religie? En als dat zo is: hoe wijdverbreid is het complotgeloof dan in Nederland? En kan dat eigenlijk kwaad?

Om antwoord te krijgen op deze vragen, besloot ik me onder te dompelen in de wereld van de complotdenkers. Dat deed ik om te beginnen online, waar Nederlandse samenzweringsgelovigen via ‘alternatieve media’ met namen als Zapruder, Klokkenluider Online en Niburu hun theorieën met de rest van de wereld delen. Voorts ging ik bij enkele complotdenkers op bezoek om hen te interviewen. Ze waren zonder uitzondering vriendelijk. Van de boosheid die de onbegrepen complotdenker op internet vaak kenmerkt, zag ik bij de bezoeken niets terug. Solitaire eenlingen waren het, voor zover ik kon nagaan, evenmin.

Samenzweringsgeloof ontstaat niet in een vacuüm. Veel complotdenkers omringen zich met gelijkgestemden: ze zoeken elkaar op. Op internet natuurlijk. Maar ook gewoon thuis, in het café en tijdens congressen en bijeenkomsten over onderwerpen als de aanslagen van 11 september en ‘nulpuntenergie’ – een vorm van energie die volgens samenzweringsgelovigen het gebruik van fossiele brandstoffen morgen al overbodig zou kunnen maken.

Er bestaat een boekwinkel, de Frontier Bookshop in Amsterdam, die grossiert in boeken, dvd’s en tijdschriften van en voor complotdenkers. Als een bekende complotter voor de rechter moet verschijnen, nemen er op de publieke tribune steevast andere samenzweringsgelovigen plaats. Er ontstaan zelfs stelletjes van complotdenkers, ook al moeten we het in Nederland, anders dan in Amerika, nog stellen zonder datingsite voor conspiracy buffs.

En in 2012 deed er bij de Tweede Kamerverkiezingen zelfs een partij van complotdenkers mee: de Soeverein Onafhankelijke Pioniers Nederland (SOPN), die ervan overtuigd is dat de overheid informatie over UFO’s voor ons achterhoudt.

Hebben we hier te maken met een klein groepje fruitcakes? Waarschijnlijk wel. Hardcore complotdenkers die hun leven volledig in het teken stellen van het ontrafelen van niet-bestaande samenzweringen zijn zeldzaam. Maar complotdenken is wijdverbreid. Zo is een meerderheid van de Amerikanen er, ten onrechte, van overtuigd dat er bij de moord op president John F. Kennedy sprake was van een samenzwering. En uit een opiniepeiling in de jaren negentig bleek dat maar liefst 71 procent van de Amerikaanse bevolking denkt dat de overheid informatie over UFO’s achterhoudt.

Dit complotdenken maakt onderdeel uit van een breder probleem, waarbij hele volksstammen elke vorm van autoriteit wantrouwen en feiten net zo lang kneden tot ze in overeenstemming zijn met hun overtuigingen. Volgens cultuurpessimisten leven we in een posttruth– tijdperk waarin de grenzen tussen feiten en onzin, waarheden en leugen en fictie en non-fictie langzaam verdwijnen. Autoriteiten zijn bij voorbaat verdacht. Of zoals de Britse conservatieve politicus Michael Gove het tijdens de campagne voor het referendum over een Brexit kernachtig formuleerde: ‘De mensen hebben genoeg van deskundigen.’

Dankzij internet en de versnippering van het medialandschap is het veel makkelijker geworden om ‘informatie’ te vinden die jouw blik op de werkelijkheid bevestigt.

Media die feiten ondergeschikt maken aan hun ideologische boodschap (denk aan het Amerikaanse Fox News of het Nederlandse Geenstijl) mogen zich verheugen in een grote populariteit. Zij zijn niet – om met de bekende onderzoeksjournalist Carl Bernstein (bekend geworden door het onthullen van het Watergate- schandaal) te spreken – op zoek naar de ‘best obtainable version of the truth’, zij willen in de eerste plaats hun publiek behagen. En dat kan vaak het beste door te appelleren aan de overtuiging die het publiek al heeft, ongeacht of die overtuiging juist is. Online zijn de mogelijkheden om je eigen gelijk bevestigd te zien groter dan bij traditionele media. Mensen delen verhalen via sociale media vooral als die in hun wereldbeeld passen. Voor ongemakkelijke waarheden lijkt geen plaats.

Caitlin Dewey, die voor de Washington Post ruim anderhalf jaar een rubriek bijhield over alle onzinverhalen die via internet de ronde doen, besloot eind 2015 het bijltje erbij neer te gooien. Er valt gewoonweg niet op te boksen tegen het mechanisme waarbij mensen veel waarde hechten aan onjuiste verhalen die hun vooroordelen bevestigen, schreef de gedesillusioneerde Dewey in haar laatste column.

Het verspreiden van onzin is uiterst lucratief, constateerde ze. Partijdige media verdienen een goede boterham aan nieuwsberichten van het type ‘Syriërs vallen New Orleans binnen’ en ‘100 Redenen waarom er geen bewijs is dat klimaatverandering wordt veroorzaakt door menselijk handelen’.

Samenzweringsgeloof is handel. Voor de sites die onzin publiceren omdat dat een groot publiek aanspreekt. Voor alternatieve genezers en aanbieders van homeopathische middelen die mensen proberen wijs te maken dat de reguliere geneeskunde een groot complot is, bedoeld om ons ziek te maken. En voor populistische politici die met leugens en insinuaties inspelen op het complotgeloof bij hun electoraat.

Als ik mensen vertelde dat ik bezig was met een boek over complottheorieën, kreeg ik vaak de reactie dat zij natuurlijk niet in vage samenzweringen geloofden, maar… En na die ‘maar’ kwam er dan een verhaal dat er wel hele rare dingen waren gebeurd op 11 september. Of dat het echt, heus waar, onomstotelijk vaststond dat Lee Harvey Oswald onmogelijk de moordenaar van John F. Kennedy kon zijn. Of dat mijn gesprekspartner uit zeer betrouwbare bron had vernomen dat de gewezen secretaris-generaal van het ministerie van justitie toch een pedofiel is die overal aan de touwtjes trekt.

Dit waren allemaal stuk voor stuk mensen die ik als ‘normaal’ zou willen kwalificeren. Nette baan, vaak hoogopgeleid. Maar toch geloofden ze in verhalen die in mijn ogen complottheorieën zijn. Zijn ze daarom ook meteen complotdenkers?

Samenzweringsgeloof komt, net als religie of psychische stoornissen, in gradaties

Een van de grootste misvattingen over complotdenkers is het idee dat er een duidelijke afbakening bestaat tussen samenzweringsdenkers enerzijds en ‘gewone’ mensen anderzijds. Samenzweringsdenkers zijn er in alle soorten en maten. Paranoïde figuren die niet in staat zijn een coherent betoog te houden maar ook heel welbespraakte personen met veel charisma. Samenzweringsgeloof komt, net als religie of psychische stoornissen, in gradaties. De een is er ontvankelijker voor dan de ander, maar bijna iedereen valt wel eens voor de verleiding van de complottheorie.

Zo hebben we in Nederland politici die ervan overtuigd zijn dat de elites tegen de burgers samenspannen om de Europese Unie te islamiseren, journalisten die menen dat Pim Fortuyn het slachtoffer is geworden van het militair-industriële complex en wetenschappers die geloven dat de overheid het bestaan van marsmannetjes in UFO’s voor ons verborgen houdt.

Dat we allemaal misschien wel eens geneigd zijn om waarde aan een complottheorie te hechten, betekent nog niet dat we allemaal complotdenkers zijn. Pas als iemand in heel veel verschillende samenzweringen gelooft of vergaande consequenties trekt uit het geloof in een samenzwering, kun je volgens mij spreken van een complotdenker. Deze complotgelovigen tezamen vormen wat ik in dit boek de samenzweringskerk noem.

Het is een brede kerk met vele kamers. Een kerk met zijn eigen tv-dominees, predikanten, evangelisten en kerkbladen. Met rekkelijken en preciezen. Met veel gelovigen die nooit een vlieg kwaad doen. Maar ook met een paar extremistische fundamentalisten die dromen van een Inquisitie en die uit naam van hun geloof andere mensen of groepen proberen te beschadigen. Verreweg de meeste complotdenkers vormen geen gevaar, maar aan complotgeloof zitten wel degelijk kwaadaardige kanten. Het kan – net zoals extreem geloof in een opperwezen of een politieke ideologie – aanzetten tot extreme daden. Tarik, die met zijn neppistool een NOS-medewerker gijzelde, is daar bepaald niet het enige voorbeeld van. Laat staan het meest extreme.

De twee islamitische broers die in 2013 bommen lieten ontploffen bij de marathon van Boston, lieten zich behalve door hun moslimgeloof ook inspireren door complottheorieën. De oudste van de twee broers, Tamerlan Tsarnaev, sprak veelvuldig over allerhande samenzweringen. Zo was hij ervan overtuigd dat de aanslagen van 11 september het werk waren geweest van de Amerikaanse overheid en sprak hij vol enthousiasme over de Protocollen van de Wijzen van Zion: een populaire complottheorie over joden waar ook Adolf Hitler in geloofde.

Anders Breivik, die in 2011 een bloedbad aanrichtte bij een zomerkamp van de jongerenbeweging van de Noorse arbeiderspartij, is ervan overtuigd dat de linkse machthebbers in het westen samenzweren met de leiders van de Arabische wereld om zo Europa te islamiseren. Die overtuiging bracht hem ertoe om 69 bezoekers van het jongerenkamp dood te schieten. Bij Breiviks bomaanslag in Oslo kwamen acht mensen om.

Timothy McVeigh die in 1995 een aanslag pleegde in Oklahoma City waarbij 168 mensen om het leven kwamen, liet zich eveneens leiden door een giftig mengsel van extreme politieke denkbeelden en dito complottheorieën.

En ook in de schuilplaats van Osama bin Laden werden na diens dood verscheidene complotboeken gevonden, waaronder Bloodlines of the Illuminati en The new Pearl Harbor van complotdenker David Ray Griffin die – oh ironie – denkt dat president George W. Bush achter de aanslagen van 11 september zat. Sommige complottheorieën zijn makkelijk als zodanig te herkennen. Maar in andere gevallen is het helemaal niet zo evident dat je te maken hebt met een verzonnen samenzwering. Wie dit boek leest, zal complottheorieën hopelijk sneller herkennen. Want hoewel complotdenkers zich graag mogen laten voorstaan op hun scepsis, ben je pas echt kritisch als je je nog eens goed achter de oren krabt als iemand komt aanzetten met een verhaal over een netwerk van hooggeplaatste pedofielen die satanische moorden uitvoeren. Of een theorie over machtige families die achter de schermen aan de touwtjes trekken.

Een van de belangrijkste leerstukken van het samenzweringsgeloof is dat je onwelgevallige feiten mag negeren of wegredeneren. Complotgeloof nodigt uit tot een luie, gevaarlijke manier van denken. Het leidt regelmatig tot het demoniseren van onschuldige personen en minderheden. Joden, homo’s en (alleenstaande) vrouwen zijn in de loop van de geschiedenis maar al te vaak het onderwerp geweest van kwaadaardige samenzweringstheorieën. Met alle gruwelijke gevolgen (pogroms, heksenverbrandingen en beroepsverboden) van dien.

Zeker als machthebbers of anderszins invloedrijke personen dergelijke samenzweringstheorieën uit oprechte overtuiging of gedreven door politiek opportunisme omarmen, kan het gruwelijk misgaan. Ook vandaag de dag nog. En ook op plaatsen waar je dat misschien niet direct verwacht. Zoals in het Zuid-Afrika van na de afschaffing van de Apartheid.

Morgen hoofdstuk 2 van Complotdenkers: ‘Je zult snel overlijden’

Wil je alvast verder lezen? Bestel je exemplaar van Complotdenkers. Laat hieronder je gegevens achter.

Totaal: € -